Column: Hoe belangrijk is bot eigenlijk?

Hoe belangrijk is bot eigenlijk?

Wij staan er niet zo bij stil, maar de anatomische kennis van ons bewegingsapparaat is opgebouwd vanuit onze botten. De opbouw van de anatomie is begonnen met het benoemen van botten. Vervolgens zijn de spieren daarnaar vernoemd: m. quadriceps femoris: de vierkoppige spier van het os femoris (femur
of bovenbeen). De m. supraspinatus heet zo omdat hij zich op het bovenste deel van de scapula, boven de spina scapula bevindt, enzovoort.

Het is een logische stap om vervolgens de werking van spieren uit te leggen door te beschrijven hoe de spieren de botten bewegen. Ook bij stabiliteitsvraagstukken staat overwegend centraal hoe spieren de botten in gewrichten bij elkaar houden. Dit is misschien wel minder logisch dan u zou denken. Wanneer we bijvoorbeeld vanuit evolutionair perspectief kijken, dan ligt die centrale rol van bot helemaal niet zo voor de hand. De eerste levende organismen waren eencellige organismen, zonder bot. In de daarop volgende miljarden (!) jaren hadden ook de daaruit voortgekomen meercellige organismen geen benig skelet. Pas toen organismen zo’n 500 miljoen jaar geleden beter – anders dan in de vorm van een simpele schelp -, leerden hoe ze de in het zeewater opgeloste kalk konden gebruiken, ontstonden externe (exogene) en interne (endogene) skeletten. In het boek: ‘De ontdekking van de aarde’ van Peter Westbroek wordt de worsteling van organismes met kalk mooi beschreven. Hoewel 500 miljoen jaar best al een tijd is, moeten we toch vaststellen dat bot pas relatief laat ontwikkeld werd. Al miljarden jaren daarvoor werd de vorm en stevigheid van organismes grotendeels bepaald door regulatie van druk. Door druk te zetten op een (cel)wand komt er spanning op die wand. Die spanning geeft stevigheid en vorm. Tot de dag van vandaag is (regulatie van) druk een zeer belangrijk principe in ons lichaam. Denk aan bloeddruk, liquordruk, nierfunctie, de druk in de oogbol, het horen, tast enzovoort. Bot heeft een aantal grote voordelen. Het kan beschermen, vorm bepalen, en het stelt organismen in staat zich beter ‘af te zetten’ tegen de omgeving. Maar ondanks deze toch niet onbelangrijke aspecten zou bot wel eens niet het belangrijkste uitgangspunt moeten zijn als we ons lichamelijk functioneren willen begrijpen.
Een voorbeeld: mensen met rug-bekkenklachten hebben niet zelden incontinentieklachten als gevolg van hypertonie van de bekkenbodem. Vreemd genoeg nemen deze klachten af door training van de m. transversus abdominus. Hoe is dit te verklaren? Bij rug-/bekkenproblemen wordt de activatie van m. transversus onderdrukt waardoor de controle over de buikdruk verandert. Om de bekkengewrichten te kunnen blijven comprimeren (vorm- en krachtsluiting) gaat de bekkenbodem ter compensatie harder aanspannen en wordt hypertoon. Herstel van activatie van m. transversus, eigenlijk het adequaat reguleren van buikdruk (intra abdominale druk), normaliseert ook de werking van de bekkenbodemspieren.
Dit voorbeeld ging misschien wat snel. Mijn punt is dat ik u wil uitnodigen het lichaam eens niet te bezien als een verzameling botten die bij elkaar gehouden wordt bij een bepaalde houding of beweging, maar als een druksysteem. Misschien geeft het inzicht in samenhang tussen klachten en problemen die we tot op heden als op zichzelf staand hebben beschouwd.